Tag: Ook nog

Tijd

kolpik_1

De merel in de tuinen is wakker. Het is tien voor vier, zaterdagochtend. Ik luister naar het zingen, slaap weer in. Om zes uur worden de klokken van een nabijgelegen klooster geluid. Even later hoor ik de klok van de beroemde Wawel, die ieder kwartier slaat. Eén slag: kwart over zes. Twee slagen: half zeven. Drie: kwart voor zeven. Dan vier slagen, gevolgd door nog eens zeven, want zo laat is het tenslotte. Inmiddels is een paar kilometer verderop de klok van de Mariakerk ingevallen. De stadstrompetter blaast vanaf diezelfde kerk de hejnal, vier maal, voor iedere windrichting één. Soms trompettert hij me wakker in het holst van de nacht: geluk. (meer…)

De waarzegster

Hand

Voor ik het weet, zit ze naast me en pakt ze mijn hand.
‘Mooie toekomst’, zegt ze. ‘Hand lezen? Helemaal gratis. Mooie vrouw, mooie toekomst.’ Met haar wijsvinger volgt ze de lijnen in mijn handpalm.
‘Mooie man’, zegt ze. ‘Mooie man, donker, donkere ogen. Niet zo groot hè, voor jou. Eerste man. Houdt zoveel van jou. Tien złoty. Hier, tien złoty.’ Ze wijst nu op haar eigen hand. (meer…)

Lesław en Wacław

1518-burda

Vorige week kwam ik ze tegen, in mijn geliefde Krakause eetgelegenheid waarvan ik de naam niet ga weggeven omdat er nog steeds geen toeristen komen. Ze kwamen bij me aan tafel zitten, Lesław en Wacław Janicki. Ze moeten inmiddels al zo’n 70 jaar zijn, een eeneiige tweeling, niet van elkaar te onderscheiden met hun witte haren, hun stevige neuzen, hun dunne snorren. (meer…)

Advies voor het eten van rode soep

Czerwona-zupa1

Nog steeds moet ik er aan herinnerd worden, iedere dag, en daarom heb ik het schilderij Rode soep van de Poolse kunstenaar Jacek Sroka op het bureaublad van mijn laptop gezet. Dat komt goed uit, want het schilderijtje, olieverf op doek, is in werkelijkheid ongeveer net zo groot als het bureaublad zelf: het meet 27 x 41 cm. We zien een knalgele hond op een knalblauwe vloer die knalrode soep staat te eten. En hij doet dat zoals honden dat kunnen, vol overgave. Op dit moment, op deze plaats, bestaat er voor de hond niets anders: zijn snuit is in de soep verdwenen, zijn hele lichaamstaal is gericht op dat ene, het eten van de rode soep. Daarmee herinnert hij me dagelijks aan de Regel van Benedictus. (meer…)