Ik heb de blauwe lampenkap van de hemel naar beneden getrokken

malevich28-453x550

Dit is het mooiste kunstnieuws sinds maanden: Malevich is terug in het Stedelijk. Ik zit op het bankje in de Erezaal, waar het Stedelijk uitpakt met acht schilderijen van de grote in Oekraïne geboren Rus van Poolse afkomst. (Dit speelt zich af in het Europa uit de tijd waarin de Europese Unie nog niet bestond). Ik kijk naar het schilderij Suprematisme uit de jaren twintig: een wit kruis tegen een achtergrond van een net iets ander wit. Malevich schilderde zijn ‘witte’ schilderijen enkele jaren nadat hij in 1915 zijn geruchtmakende Zwart Vierkant voltooide. Dat exposeerde hij op een tentoonstelling in Sint Petersburg op een plaats die voorbestemd was voor het icoon: hoog, in een hoek van de ruimte. (meer…)

De dekbedden van K. Malevich

Malewicz-w-Warszawie-150x150

Er bestaat een prachtige historische foto waarop we Kazimir Malevich zien afgebeeld aan een feestelijke dis, te midden van beroemde Poolse kunstenaars, schrijvers en intellectuelen. De foto is genomen op 25 maart 1927, toen Malevich op weg naar Berlijn een tussenstop maakte in Warschau. Hij exposeerde zijn figuratieve en abstracte werk een aantal dagen in de Poolse Artistieke Club in Hotel Polonia (tegenover het Centraal Station, na een periode van verval kun je daar nu weer prachtige kamers boeken). Malevich was afkomstig uit een Poolse familie en heeft op die avond ongetwijfeld Pools gesproken. (meer…)

Wat verzonnen is, bestaat al

Schermafbeelding 2016-06-25 om 11.11.10

Op 5 maart 2010 leverde ik de eerste versie van mijn debuutroman in, die toen nog De vinger van God heette. Ik was in Krakau, net als K. die zojuist vanuit hetzelfde internetcafé zijn nieuwste vertaling naar zijn uitgever had gemaild. Om het te vieren gingen we champagne drinken bij Alchemia. Daar schonken ze geen champagne, we namen koffie.

‘Nu ben je een schrijver’, zei K. ‘Misschien ben je een afgewezen schrijver, een nooit gepubliceerde schrijver, een mislukte schrijver, maar je bent een schrijver.’ We hieven onze denkbeeldige champagnes. Even later liepen we op straat, K. naar zijn huis om aan een nieuwe vertaling te beginnen, ik naar het mijne om een lekker potje te janken. Op de Miodowastraat kwamen we haar tegen. Ze was klein, had nauwelijks haar, en ging gebukt onder het gewicht van haar boodschappentassen. Toen ze ons zag, zette ze haar tassen op het trottoir. (meer…)