Een huis met vele vensters: over de biografie van Etty Hillesum


In de jaren tachtig behoorde ik tot de generatie die het dagboek van Etty Hillesum verslond. Ik volgde zelfs een jaar lang een studiekring die aan het dagboek was gewijd en in de vele jaren erna pakte ik het nog regelmatig uit de kast. Later schafte ik De nagelaten geschriften aan, dat niet alleen een uitgebreidere versie van het dagboek bevatte, maar ook vele brieven. In verschillende levensfases kon ik me met verschillende ‘Etty’s’ identificeren: haar liefdesgeschiedenissen, haar liefde voor de literatuur, haar zoektocht naar God, haar plek in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Ik herlas haar werk opnieuw toen ik directeur werd van Herinneringscentrum Kamp Westerbork en alweer kregen de teksten een hele betekenis. De brieven van Etty Hillesum uit kamp Westerbork behoren tot de meest aangrijpende ooggetuigenverslagen uit de ‘Westerbork-literatuur’.

Lees verder “Een huis met vele vensters: over de biografie van Etty Hillesum”

Het zijn steeds de anderen die sterven – over ‘Hierheen naar het gas, dames en heren’ van Tadeusz Borowski



De ironische verhalen van Tadeusz Borowski – deels nu voor het eerst vertaald – behoren tot de meest indrukwekkende van de Holocaustliteratuur.

Lees je Tadeusz Borowski’s beschrijving van zijn omgeving dan lijkt het het begin van een pastorale dag ergens in Midden-Europa. ‘De schaduw van de kastanjebomen is groen en zacht. Ze wiegt zachtjes over de nog vochtige, want net gedolven aarde, en torent boven ons uit als een zeegroene, naar ochtenddauw geurende koepel. De bomen vormen een hoge haag langs de weg, hun toppen gaan op in de kleuren van de hemel. Er komt een bedwelmende moerasgeur van de vijvers. Het gras, groen als pluche, glinstert nog van de dauw, maar de aarde ligt al te dampen in de zon. Het gaat heet worden.”

Maar schijn bedriegt. Opnieuw zal het een dag vol verschrikkingen zijn in Harmenze, een satellietkamp van Auschwitz. Opnieuw zal het een dag zijn waarop je alleen kans hebt op overleven als je de mogelijkheid hebt om te ‘organiseren’, de ongeschreven kampregels navolgt, en het ‘Auschwitz’ beheerst. Opnieuw is het een dag uit het leven van Tadek, het alter ego van Tadeusz Borowski, wiens verhalen behoren tot het meest indrukwekkende uit de Holocaustliteratuur. De bundel Hierheen naar het gas, dames en heren, dat een groot deel van Borowski’s verzamelde verhalen en gedichten bevat, verscheen in een nieuwe vertaling van Karol Lesman en Charlotte Pothuizen. Lees hier de hele bespreking die verscheen in de zaterdagbijlage van Trouw, 11 juni 2022.

Opgedolven woorden. Over ‘In een schaduw van een nachtvlinder’ en de poëtica van Ivar Schute

Op mijn werkkamer van het Herinneringscentrum bij Kamp Westerbork heb ik twee foto’s opgehangen. Het zijn twee sterk vergrote opnames van een parfumflesje en een broche van een hondje, die door fotograaf Sake Elzinga bijna etherisch tegen een zwarte achtergrond zijn weergeven. De uitvergrotingen werken zo vervreemdend dat de foto’s autonome kunstwerken zijn geworden. Maar hun schoonheid bedriegt. In 2011 werden het flesje en de broche samen met nog talloze andere voorwerpen tijdens opgravingen door archeoloog Ivar Schute en zijn team opgediept uit de bodem van het voormalige kampterrein.

Lees verder “Opgedolven woorden. Over ‘In een schaduw van een nachtvlinder’ en de poëtica van Ivar Schute”

Herinneringen in november

Ineens lijkt alles deze dagen over herinnering te gaan. Vandaag bevond ik me in het gezelschap van zo’n tweehonderd oorlogsoverlevenden en hun nabestaanden die hun herinneringen al meer dan twintig jaar delen met schoolkinderen, samen gaven ze de laatste twee decennia zo’n twintigduizend gastlessen, ze deelden hun herinneringen met naar schatting een half miljoen leerlingen.

Maar wat betekent dat, herinnering? Moeten onze herinneringen één op één gelijk zijn aan de historische feiten? Of is het de taak van een museum, een historicus of een docent om de historische waarheid te vertellen en mogen wij dan onze eigen herinneringen creëren als die ons helpen ons verleden te verwerken? En hoe delen we die met de ander? En op welke manier vervormen onze herinneringen zich als we hetzelfde verhaal iedere keer weer vertellen, memoires lezen van anderen die dezelfde of vergelijkbare gebeurtenissen hebben meegemaakt, of films bekijken waarin we onszelf herkennen?

Dat waren de vragen van vandaag. Maar het waren ook de vragen van gisteren, toen ik me ineens in het sprookjesachtige papieren theater van Frits Grimmelikhuizen bevond. Lees verder “Herinneringen in november”

Ruïnes zijn overal om ons heen

‘Ruïnes zijn overal om ons heen, zolang je ze wilt zien, natuurlijk’, zo begint het bijzondere boek Caspar David Friedrichstraße van Cécile Wajsbrot. Ruïnes zijn overal om ons heen en ze zijn er vooral ook in het oeuvre van Caspar David Friedrich, de opperschilder uit de Duitse Romantiek. Wajsbrot schrijft haar boek als een toespraak waarmee een nieuwe straat in Berlijn wordt geopend, de Caspar David Friedrichstraße, een gloednieuwe straat waar nog nooit iets is gebeurd. Maar wat betekent de aanleg van een nieuwe straat voor de omgang met het verleden? Lees verder “Ruïnes zijn overal om ons heen”

Het oog van Ceija Stojka


Het is een van de meest indrukwekkende schilderijen over de Holocaust, of eigenlijk moet ik hier zeggen, de Porajmos, die ik ooit heb gezien: het oog van Ceija Stojka. Een zwarte pupil met een lichtje erin, daaromheen sprankelen goudkleurige stippen, daaromheen de groene iris. Maar het oogwit. Daarin zien we wat Ceija Stojka als kind heeft gezien: prikkeldraad, zwarte kraaien, hakenkruis. De schoorsteen van het crematorium. Lees verder “Het oog van Ceija Stojka”

Over de Porajmos in Zutphen – Ode aan Zoni Weisz


Er was in de steden geen plek voor de Zigeuners
en op het platteland moordden ze, vermoordden ze ons.
Wat moesten we doen? We gingen met de Zigeunerkinderen naar het bos,
ver het bos in, zodat de Duitse honden ons niet zouden vinden.
(Papusza, uit ‘Droevig lied’, 1951)

Vandaag is het precies 75 jaar geleden dat het jongetje Zoni Weisz uit Zutphen bij zijn tante in Vorden ging logeren. Het redde zijn leven. Lees verder “Over de Porajmos in Zutphen – Ode aan Zoni Weisz”