Categorie: Schrijven

Troost

url

Misschien is dit wel het droevigste deel uit de Matthäus Passion: de scène waarin de apostelen in de tuin van Getshemane in slaap vallen, in plaats van te waken bij hun meester. Meine Seele is betrübt bis an der Tod; bleibet hier und wachet mit mir, zingt Peter Kooy op mijn cd. Ja hoor, antwoordt Christoph Prégardien, natuurlijk, Ich will bei meinem Jesu wachen.  Mooi niet. Al Jezus’ vrienden vallen in slaap, Der Geist ist willig, aber das Fleisch ist schwach, Jezus staat er in zijn doodsangst helemaal alleen voor. (meer…)

Advies voor het eten van rode soep

Czerwona-zupa1

Nog steeds moet ik er aan herinnerd worden, iedere dag, en daarom heb ik het schilderij Rode soep van de Poolse kunstenaar Jacek Sroka op het bureaublad van mijn laptop gezet. Dat komt goed uit, want het schilderijtje, olieverf op doek, is in werkelijkheid ongeveer net zo groot als het bureaublad zelf: het meet 27 x 41 cm. We zien een knalgele hond op een knalblauwe vloer die knalrode soep staat te eten. En hij doet dat zoals honden dat kunnen, vol overgave. Op dit moment, op deze plaats, bestaat er voor de hond niets anders: zijn snuit is in de soep verdwenen, zijn hele lichaamstaal is gericht op dat ene, het eten van de rode soep. Daarmee herinnert hij me dagelijks aan de Regel van Benedictus. (meer…)

De film, het gedicht, het boek, de titel

arseny-tarkovsky

De Spiegel van Andrei Tarkovski: het was een van de eerste films die ik in het begin van de jaren negentig bekeek in een Warschaus bioscoopje. Het Russisch in de film kon ik niet verstaan, de Poolse ondertiteling kon ik nog niet lezen. Maar dat gaf niet: de film is een soort gedicht in beelden. Ik werd reddeloos verliefd op De Spiegel, en later op alle andere films van Tarkovski. (meer…)

Wat verzonnen is, bestaat al

Schermafbeelding 2016-06-25 om 11.11.10

Op 5 maart 2010 leverde ik de eerste versie van mijn debuutroman in, die toen nog De vinger van God heette. Ik was in Krakau, net als K. die zojuist vanuit hetzelfde internetcafé zijn nieuwste vertaling naar zijn uitgever had gemaild. Om het te vieren gingen we champagne drinken bij Alchemia. Daar schonken ze geen champagne, we namen koffie.

‘Nu ben je een schrijver’, zei K. ‘Misschien ben je een afgewezen schrijver, een nooit gepubliceerde schrijver, een mislukte schrijver, maar je bent een schrijver.’ We hieven onze denkbeeldige champagnes. Even later liepen we op straat, K. naar zijn huis om aan een nieuwe vertaling te beginnen, ik naar het mijne om een lekker potje te janken. Op de Miodowastraat kwamen we haar tegen. Ze was klein, had nauwelijks haar, en ging gebukt onder het gewicht van haar boodschappentassen. Toen ze ons zag, zette ze haar tassen op het trottoir. (meer…)