Een huis met vele vensters: over de biografie van Etty Hillesum


In de jaren tachtig behoorde ik tot de generatie die het dagboek van Etty Hillesum verslond. Ik volgde zelfs een jaar lang een studiekring die aan het dagboek was gewijd en in de vele jaren erna pakte ik het nog regelmatig uit de kast. Later schafte ik De nagelaten geschriften aan, dat niet alleen een uitgebreidere versie van het dagboek bevatte, maar ook vele brieven. In verschillende levensfases kon ik me met verschillende ‘Etty’s’ identificeren: haar liefdesgeschiedenissen, haar liefde voor de literatuur, haar zoektocht naar God, haar plek in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Ik herlas haar werk opnieuw toen ik directeur werd van Herinneringscentrum Kamp Westerbork en alweer kregen de teksten een hele betekenis. De brieven van Etty Hillesum uit kamp Westerbork behoren tot de meest aangrijpende ooggetuigenverslagen uit de ‘Westerbork-literatuur’.

Lees verder “Een huis met vele vensters: over de biografie van Etty Hillesum”

Het lied van ooievaar en dromedaris


Eliza May Drayden is de schrijfster van een uitzonderlijke, tijdens haar leven verguisde roman en van een geheimzinnig aantekenboekje. Bovendien is ze al dood als Het lied van ooievaar en dromedaris begint – de roman die aan haar raadselachtige leven gewijd is. We maken kennis met Eliza May via de vrouw die haar aflegt, Susan Knowles, en dat gebeurt op 12 december 1847. Maar Eliza May is geen gewone dode. Haar dode ogen laten zich niet sluiten, bij het wassen rijzen de blonde haartjes op haar onderarm ‘als de nekharen van een wolf omhoog’, en bij de begrafenis hoort Susan haar bonken in de kist.

Lees verder “Het lied van ooievaar en dromedaris”

Het zijn steeds de anderen die sterven – over ‘Hierheen naar het gas, dames en heren’ van Tadeusz Borowski



De ironische verhalen van Tadeusz Borowski – deels nu voor het eerst vertaald – behoren tot de meest indrukwekkende van de Holocaustliteratuur.

Lees je Tadeusz Borowski’s beschrijving van zijn omgeving dan lijkt het het begin van een pastorale dag ergens in Midden-Europa. ‘De schaduw van de kastanjebomen is groen en zacht. Ze wiegt zachtjes over de nog vochtige, want net gedolven aarde, en torent boven ons uit als een zeegroene, naar ochtenddauw geurende koepel. De bomen vormen een hoge haag langs de weg, hun toppen gaan op in de kleuren van de hemel. Er komt een bedwelmende moerasgeur van de vijvers. Het gras, groen als pluche, glinstert nog van de dauw, maar de aarde ligt al te dampen in de zon. Het gaat heet worden.”

Maar schijn bedriegt. Opnieuw zal het een dag vol verschrikkingen zijn in Harmenze, een satellietkamp van Auschwitz. Opnieuw zal het een dag zijn waarop je alleen kans hebt op overleven als je de mogelijkheid hebt om te ‘organiseren’, de ongeschreven kampregels navolgt, en het ‘Auschwitz’ beheerst. Opnieuw is het een dag uit het leven van Tadek, het alter ego van Tadeusz Borowski, wiens verhalen behoren tot het meest indrukwekkende uit de Holocaustliteratuur. De bundel Hierheen naar het gas, dames en heren, dat een groot deel van Borowski’s verzamelde verhalen en gedichten bevat, verscheen in een nieuwe vertaling van Karol Lesman en Charlotte Pothuizen. Lees hier de hele bespreking die verscheen in de zaterdagbijlage van Trouw, 11 juni 2022.

Tot de dood ons scheidt: de huwelijken van Kamp Westerbork

Als je het boek openslaat, zie je een foto van lichtvlekken waarin minuscule vliegjes zweven. Dan volgen een paar sprookjesachtige opnames van met lupines bestrooide landschappen. Zo, met de lichtvoetigheid en de zoetheid van een bruidssuiker, begint het boek Tot de dood ons scheidt – de huwelijken van Kamp Westerbork van fotograaf en tekstschrijver Saskia Aukema.

In de schijnwereld die Kamp Westerbork was, werd er gemusiceerd en gesport op niveau, gingen kinderen naar school en werden zieken genezen. En er werd getrouwd: uit liefde, uit angst, om samen op transport te mogen of juist in de hoop helemaal niet op transport te worden gesteld. Een van de bruiden was Annie Preger, de oudtante van Saskia Aukema. Haar huwelijksverhaal wordt door Aukema verteld op dun papier, ingeklemd tussen twee verkreukelde foto’s waarvan verpleegster Annie en haar verloofde Hans van Witsen ons met glanzende ogen aankijken. Een uit de trein geworpen briefje is de volgende foto: 22.1.43 Zijn op transport naar W. Houden ons goed en moedig. Tot ziens. Hans.

Lees verder “Tot de dood ons scheidt: de huwelijken van Kamp Westerbork”

De takken wiegen in verschillende richtingen – over ‘Familiearchief’ van Boris Chersonski

Vandaag wil ik lezen over Oekraïne en ik twijfel wat ik van de plank zal pakken. Misschien Esther van Katja Petrowskaja of Ze kwam uit Marioepol van Natascha Wodin of misschien dat hele kleine fijne dichtbundeltje Drohobycz van Serhij Żadan? Maar behalve het bundeltje van Żadan heb ik geen ‘echte’ Oekraïense literatuur. Al mijn boeken die met Oekraïne te maken hebben, zijn in een andere taal geschreven, vanuit een andere taal vertaald.

Ik kies voor Familiearchief van Boris Chersonski. Ik had nog nooit van deze Joods-Russische dichter gehoord tot ik deze cyclus van verhalende gedichten op een stapel in de ramsj zag liggen. De bundel greep me meteen bij de keel.

Lees verder “De takken wiegen in verschillende richtingen – over ‘Familiearchief’ van Boris Chersonski”

Opgedolven woorden. Over ‘In een schaduw van een nachtvlinder’ en de poëtica van Ivar Schute

Op mijn werkkamer van het Herinneringscentrum bij Kamp Westerbork heb ik twee foto’s opgehangen. Het zijn twee sterk vergrote opnames van een parfumflesje en een broche van een hondje, die door fotograaf Sake Elzinga bijna etherisch tegen een zwarte achtergrond zijn weergeven. De uitvergrotingen werken zo vervreemdend dat de foto’s autonome kunstwerken zijn geworden. Maar hun schoonheid bedriegt. In 2011 werden het flesje en de broche samen met nog talloze andere voorwerpen tijdens opgravingen door archeoloog Ivar Schute en zijn team opgediept uit de bodem van het voormalige kampterrein.

Lees verder “Opgedolven woorden. Over ‘In een schaduw van een nachtvlinder’ en de poëtica van Ivar Schute”

Troost in mooie zinnen: over Familiestukken van Alice Munro

Vivi en Alister zijn op weg naar hun eigen bruiloft. Ze hebben geluncht, lopen terug naar de auto, hij opent het portier voor haar, gaat gemakkelijk zitten, draait het contactsleuteltje om en zet de motor dan weer uit.

Als lezer van Alice Munro weet je meteen: nu gaat er iets verschrikkelijks gebeuren. Lees verder “Troost in mooie zinnen: over Familiestukken van Alice Munro”

Een voetnoot bij de aantekeningen van JPFK

Het is alweer een tijdje geleden dat ik een mail kreeg van JPFK. Ik heb grote bewondering voor JPFK, hij weet veel meer over kunst dan ik ooit te weten zal komen en hij kan er ook nog eens heel mooi over vertellen. Had ik misschien belangstelling voor de boeken over Rembrandt die hij aan het opruimen was? Dat had ik. En zo ben ik ineens de trotse bezitter van een stapel Rembrandt-literatuur waaronder de Dikke Rembrandt van Bob Haak en Rembrandt en de regels van de kunst van Jan Emmens. Maar het allerblijst ben ik met Rembrandt schilderijen 630 afbeeldingen van Abraham Bredius uit 1935. Lees verder “Een voetnoot bij de aantekeningen van JPFK”

Vervaagde grenzen

Op een donkere herfstavond stond hij voor de deur van mijn Warschause appartementje. Een boergondiër met het gebeeldhouwde gelaat van een Duitse componist. Zulke mooie mannen bestonden destijds in Polen niet. Iedereen kon in die jaren zomaar aanbellen – alleen de uitverkorenen beschikten over een telefoon. Hij stelde zich voor met een naam die ik eerst niet goed verstond, maar die ik later terugvond op zijn kaartje: Hans Glaubitz. Lees verder “Vervaagde grenzen”