Auteur: Gerdien Verschoor

Gerdien Verschoor is kunsthistoricus en auteur van romans, korte verhalen, literaire non-fictie en essays. Ze woonde en werkte jarenlang in Polen. Kunst, literatuur en de geschiedenis van Midden-Europa zijn haar belangrijkste inspiratiebronnen. Over haar laatste roman, 'De kop van Oskar Wronski' schreef de Volkskrant: 'Grijpt je bij de lurven om je pas met de laatste zin weer los te laten'. Het boek kreeg vier sterren. In februari 2019 verschijnt haar nieuwe boek, 'Het meisje en de geleerde. Kroniek van twee verloren gewaande Rembrandts'. Meer informatie kun je vinden op www.gerdienverschoor.nl

Ruïnes zijn overal om ons heen

‘Ruïnes zijn overal om ons heen, zolang je ze wilt zien, natuurlijk’, zo begint het bijzondere boek Caspar David Friedrichstraße van Cécile Wajsbrot. Ruïnes zijn overal om ons heen en ze zijn er vooral ook in het oeuvre van Caspar David Friedrich, de opperschilder uit de Duitse Romantiek. Wajsbrot schrijft haar boek als een toespraak waarmee een nieuwe straat in Berlijn wordt geopend, de Caspar David Friedrichstraße, een gloednieuwe straat waar nog nooit iets is gebeurd. Maar wat betekent de aanleg van een nieuwe straat voor de omgang met het verleden? (meer…)

Het oog van Ceija Stojka


Het is een van de meest indrukwekkende schilderijen over de Holocaust, of eigenlijk moet ik hier zeggen, de Porajmos, die ik ooit heb gezien: het oog van Ceija Stojka. Een zwarte pupil met een lichtje erin, daaromheen sprankelen goudkleurige stippen, daaromheen de groene iris. Maar het oogwit. Daarin zien we wat Ceija Stojka als kind heeft gezien: prikkeldraad, zwarte kraaien, hakenkruis. De schoorsteen van het crematorium. (meer…)

Over de Porajmos in Zutphen – Ode aan Zoni Weisz


Er was in de steden geen plek voor de Zigeuners
en op het platteland moordden ze, vermoordden ze ons.
Wat moesten we doen? We gingen met de Zigeunerkinderen naar het bos,
ver het bos in, zodat de Duitse honden ons niet zouden vinden.
(Papusza, uit ‘Droevig lied’, 1951)

Vandaag is het precies 75 jaar geleden dat het jongetje Zoni Weisz uit Zutphen bij zijn tante in Vorden ging logeren. Het redde zijn leven. (meer…)

Ode aan een droevige hond


Ineens dook hij op tijdens een wandeling in de Ardennen: een droevige hond. Ik had net een pittige terrër, een grimmige herdershond en een valse rotweiler achter de rug en ik schrok nogal toen hij op danspoten naar me toe kwam wapperen en mijn hand likte. Mistige ogen in een grijs gezicht, oren die slordig aan zijn kop zaten. Hij duwde met zijn neus in mijn knieholtes en ik begon weer te lopen, de heuvel af, het dorp uit. (meer…)

Ode aan De goede zoon van Rob van Essen


Net als ik woonde hij aan de Weesperzijde, studeerde kunstgeschiedenis, en was hij gereformeerd, hoewel hij in een strenger milieu opgroeide dan ik. Toch twijfelde ik toen zijn redacteur, die ook de mijne is, me zijn boek in handen duwde. ‘Moet je lezen. Een onwaarschijnlijk mooie dystopische roman.’

Een dystopische roman lezen? Ik, die niet van science fiction houdt?

Maar ik begon in De goede zoon van Rob van Essen en kon niet meer ophouden. (meer…)

De Jacobsboeken, een leesavontuur

In dit veel te lange blog ga ik proberen u te verleiden tot het lezen van een veel te dik boek met veel te veel personages en een veel te lange ondertitel. De Jacobsboeken. Een grote reis over zeven grenzen, door vijf talen en drie grote religies, de kleine niet meegerekend. Verteld door de doden, en door de auteur aangevuld met behulp van conjunctuur, uit vele uiteenlopende boeken geput, alsmede geholpen door de imaginatie, die de grootste natuurlijke gave is van de mens. Voor de Wijzen pro Memorie, voor mijn Landgenoten ter Reflectie, voor de Leken tot Lering, en voor de Melancholici evenwel tot Vermaak. 

Bent u er nog? Let’s go. (meer…)

Het treinbord

Het moet ergens in de jaren negentig geweest zijn: het was na de Wende en ik werkte bij de Nederlandse Ambassade in Warschau. Alles in Polen veranderde. Als attaché voor pers- en culturele zaken richtte ik me niet alleen op pers en cultuur, maar ook op de historische en maatschappelijke onderwerpen die in die periode actueel waren. Vele musea en historische instituten maakten een transitie door: nu Polen het communisme van zich had afgeschud, konden vele verhalen eindelijk op een andere manier verteld worden.

In die context werden ook de nationale paviljoens in Auschwitz opnieuw ingericht in de barakken die daarvoor op het voormalige kampterrein ter beschikking werden gesteld. (meer…)