Auteur: Gerdien Verschoor

Gerdien Verschoor is kunsthistoricus en auteur van romans, korte verhalen, literaire non-fictie en essays. Ze woonde en werkte jarenlang in Polen. Kunst, literatuur en de geschiedenis van Midden-Europa zijn haar belangrijkste inspiratiebronnen. Over haar laatste roman, 'De kop van Oskar Wronski' schreef de Volkskrant: 'Grijpt je bij de lurven om je pas met de laatste zin weer los te laten'. Het boek kreeg vier sterren. In februari 2019 verschijnt haar nieuwe boek, 'Het meisje en de geleerde. Kroniek van twee verloren gewaande Rembrandts'. Meer informatie kun je vinden op www.gerdienverschoor.nl

Het lied van ooievaar en dromedaris

Eliza May Drayden is de schrijfster van een uitzonderlijke, tijdens haar leven verguisde roman en van een geheimzinnig aantekenboekje. Bovendien is ze al dood als Het lied van ooievaar en dromedaris begint – de roman die aan haar raadselachtige leven gewijd is. We maken kennis met Eliza May via de vrouw die haar aflegt, Susan Knowles, en dat gebeurt op 12 december 1847. Maar Eliza May is geen gewone dode. Haar dode ogen laten zich niet sluiten, bij het wassen rijzen de blonde haartjes op haar onderarm ‘als de nekharen van een wolf omhoog’, en bij de begrafenis hoort Susan haar bonken in de kist.

(meer…)

Het zijn steeds de anderen die sterven – over ‘Hierheen naar het gas, dames en heren’ van Tadeusz Borowski

De ironische verhalen van Tadeusz Borowski – deels nu voor het eerst vertaald – behoren tot de meest indrukwekkende van de Holocaustliteratuur. Lees je Tadeusz Borowski’s beschrijving van zijn omgeving dan lijkt het het begin van een pastorale dag ergens in Midden-Europa. ‘De schaduw van … Lees verder Het zijn steeds de anderen die sterven – over ‘Hierheen naar het gas, dames en heren’ van Tadeusz Borowski

Tot de dood ons scheidt: de huwelijken van Kamp Westerbork

Als je het boek openslaat, zie je een foto van lichtvlekken waarin minuscule vliegjes zweven. Dan volgen een paar sprookjesachtige opnames van met lupines bestrooide landschappen. Zo, met de lichtvoetigheid en de zoetheid van een bruidssuiker, begint het boek Tot de dood ons scheidt – de huwelijken van Kamp Westerbork van fotograaf en tekstschrijver Saskia Aukema.

In de schijnwereld die Kamp Westerbork was, werd er gemusiceerd en gesport op niveau, gingen kinderen naar school en werden zieken genezen. En er werd getrouwd: uit liefde, uit angst, om samen op transport te mogen of juist in de hoop helemaal niet op transport te worden gesteld. Een van de bruiden was Annie Preger, de oudtante van Saskia Aukema. Haar huwelijksverhaal wordt door Aukema verteld op dun papier, ingeklemd tussen twee verkreukelde foto’s waarvan verpleegster Annie en haar verloofde Hans van Witsen ons met glanzende ogen aankijken. Een uit de trein geworpen briefje is de volgende foto: 22.1.43 Zijn op transport naar W. Houden ons goed en moedig. Tot ziens. Hans.

(meer…)

Iedereen slaapt, behalve de koe

Wat een glorieuze dag vandaag, op naar het Kröller Müller Museum om de tentoonstelling Mooi oud. Drie eeuwen tekeningen uit de Kröller Müllercollectie te bekijken. Dat was een fijn weerzien met oude meesters, al werden vele tekeningen voor het eerst getoond. Naast al het moois ook deze tekening van een lome zomermiddag waarop iedereen slaapt, behalve de koe, het was een beetje zoals ik me voelde vandaag, de zon die opeens een hele dag over je heen plenst na die lange grijze winter.

(meer…)

De takken wiegen in verschillende richtingen – over ‘Familiearchief’ van Boris Chersonski

Vandaag wil ik lezen over Oekraïne en ik twijfel wat ik van de plank zal pakken. Misschien Esther van Katja Petrowskaja of Ze kwam uit Marioepol van Natascha Wodin of misschien dat hele kleine fijne dichtbundeltje Drohobycz van Serhij Żadan? Maar behalve het bundeltje van Żadan heb ik geen ‘echte’ Oekraïense literatuur. Al mijn boeken die met Oekraïne te maken hebben, zijn in een andere taal geschreven, vanuit een andere taal vertaald.

Ik kies voor Familiearchief van Boris Chersonski. Ik had nog nooit van deze Joods-Russische dichter gehoord tot ik deze cyclus van verhalende gedichten op een stapel in de ramsj zag liggen. De bundel greep me meteen bij de keel.

(meer…)

Opgedolven woorden. Over ‘In een schaduw van een nachtvlinder’ en de poëtica van Ivar Schute

Op mijn werkkamer van het Herinneringscentrum bij Kamp Westerbork heb ik twee foto’s opgehangen. Het zijn twee sterk vergrote opnames van een parfumflesje en een broche van een hondje, die door fotograaf Sake Elzinga bijna etherisch tegen een zwarte achtergrond zijn weergeven. De uitvergrotingen werken zo vervreemdend dat de foto’s autonome kunstwerken zijn geworden. Maar hun schoonheid bedriegt. In 2011 werden het flesje en de broche samen met nog talloze andere voorwerpen tijdens opgravingen door archeoloog Ivar Schute en zijn team opgediept uit de bodem van het voormalige kampterrein.

(meer…)

Nog één keer de eksters. Afscheid van Edith Meijering

1

 

Op het moment dat je de deur naar haar atelier opende, betrad je een ander universum. Potten met penselen, tubes verf, oude tijdschriften, kunstbloemen, plastic dieren in alle soorten en maten, kandelaars waarin kaarsen brandden, ladekasten gevuld met werken op papier, zelfportretten uit alle fases van haar leven, een poppenkast voor haar nichtjes, rekken met schilderijen. (meer…)