Collage coming out


Roman, een van de personages uit mijn eerste roman De draad en de vliegende naald, verzamelt woorden die hij knipt uit kranten, melkpakken, plastic flessen. Hij scheurt bladzijden uit boeken ‘zodat de letters een nieuw leven konden beginnen.’ Ik heb me altijd afgevraagd: wat zou hij verder met die woorden doen? Wat zou dat nieuwe leven kunnen zijn?

Toen ik een jaar of twee geleden een tijdje niet kon lezen – een beangstigende ervaring – moest ik steeds aan Roman denken. Hij had een briljante manier gevonden om zich woorden toe te eigenen. Uit woede over het niet-kunnen lezen begon ik net als hij woorden te verzamelen: honderden woorden, duizenden. Ik knip uit alles: tijdschriften en reclamefolders, catalogi en psalmboeken, de scheurkalender van mijn stiefdochter. Al die woorden bewaarde ik in een groene archiefdoos. Aparte sigarenkistjes vulden zich met ‘dieren’, ‘kleuren’, ‘eten’, ‘lievelingswoorden’. Simultaan begon ik ook plaatjes uit te knippen.

En toen had ik alleen nog maar een lijmpot en een pak blanco correspondentiekaarten nodig. Zo ontstonden mijn collages: sprookjes, gedichten, zeer korte verhalen en een enkele keer zelfs een gebed.

Het maken ervan lijkt soms wel pure magie. Losgeknipte woorden, in samenhang met toevallig in de dozen gevonden hele andere woorden, krijgen een nieuwe betekenis. Ze vormen combinaties die ik zelf nooit zou kunnen verzinnen. Bij iedere tekst plak ik een kleine beeldcollage, die weer eigen associaties oproept en daarmee de tekst versterkt. Soms ben ik heel tevreden over een beeldcollage die niet bij de tekst blijkt te passen – dan moet de tekst opnieuw. Woorden moeten verschoven, kleuren aangepast, soms wordt de tekst dan ineens veel beter. Of niet – dan moet er iets sneuvelen: de woorden, of het beeld, of alles. Het kost me altijd moeite om die gesneuvelde woorden opnieuw in de dozen op te bergen. Wanneer mogen ze weer meedoen?

Omdat synchroniciteit mijn middle name is, liep ik vorig jaar overal tegen woorden aan. In Warschau zag ik een tentoonstelling van Jacek Adamas, die met woord-installaties het werk van Zbigniew Herbert tot leven bracht. Op het dak van het Centrum voor Hedendaagse Kunst, dat in een oud kasteel gevestigd is, rolde zich Herberts gedicht Meneer Cogito’s opdracht uit. Binnen liep je in een verduisterd labyrint van betonnen blokken waarin Herberts woorden waren uitgehakt, waardoor je in zijn gedicht kon verdwalen.

Een paar dagen later liep ik in Kraków een woordinstallatie van Zbigniew Dróżdż binnen, de meester van de Poolse concrete poëzie. En daar vond ik, in de museumwinkel van het MOCAK, twee prachtige publicaties van de grootmeesteressen van de woordcollage: Wisława Szymborska en Herta Müller. Herta Müller heeft niet een paar dozen met woorden, maar laden en laden vol. Over haar werk werd deze prachtige documentaire gemaakt.

Mijn collages zijn te vinden op Instagram en Twitter @HeelKortVerhaal.