Tot de dood ons scheidt: de huwelijken van Kamp Westerbork

Als je het boek openslaat, zie je een foto van lichtvlekken waarin minuscule vliegjes zweven. Dan volgen een paar sprookjesachtige opnames van met lupines bestrooide landschappen. Zo, met de lichtvoetigheid en de zoetheid van een bruidssuiker, begint het boek Tot de dood ons scheidt – de huwelijken van Kamp Westerbork van fotograaf en tekstschrijver Saskia Aukema.

In de schijnwereld die Kamp Westerbork was, werd er gemusiceerd en gesport op niveau, gingen kinderen naar school en werden zieken genezen. En er werd getrouwd: uit liefde, uit angst, om samen op transport te mogen of juist in de hoop helemaal niet op transport te worden gesteld. Een van de bruiden was Annie Preger, de oudtante van Saskia Aukema. Haar huwelijksverhaal wordt door Aukema verteld op dun papier, ingeklemd tussen twee verkreukelde foto’s waarvan verpleegster Annie en haar verloofde Hans van Witsen ons met glanzende ogen aankijken. Een uit de trein geworpen briefje is de volgende foto: 22.1.43 Zijn op transport naar W. Houden ons goed en moedig. Tot ziens. Hans.

Bij trouwen horen trouwfoto’s en bruidsmenu’s (bouillon met een sneetje/spercieboontjes/Westerborkse ‘geschilde’), patronen van trouwjurken en felicitatiekaarten, sluiers en zelfs bruidsboeketten. In Westerbork was het er allemaal, al was er één sluier die de bruiden met elkaar deelden. De stellen staan stralend op de foto’s, soms omringd door hun dierbaren. Stropdassen. Kanten kraagjes. Corsages. Feestelijke anjers in de boeketten, in de kapsels, op de revers. Saskia brengt het in haar boek allemaal bij elkaar.

Maar schijn bedriegt. De Jodensterren waarnaast de feestelijke corsages zijn opgespeld verraden de werkelijke wereld waarin de huwelijken gesloten werden. Dit boek is helemaal geen bruidssuiker. We zien de barakken, de wachttorens, de aanleg van het spoor. Het zwaaien naar de vertrekkende trein naar het Oosten. En was het op enige manier mogelijk om bloemen het kamp in te krijgen? Of kwamen de anjers, de lievelingsbloem van kampcommandant Gemmeker, uit de kas achter zijn huis waar hij de bloemen door kampgevangenen liet verbouwen?

En dan opnieuw een briefje van Hans, geworpen uit de trein naar Sobibor: Houden ons goed en moedig. Zijn beide gezond. Hebben goede plaatsen. Tot heel spoedig. Hans en Annie.

Ze zullen er meteen na aankomst worden vermoord, 36 dagen getrouwd. Foto’s van sneeuwvlokken en kale berken. En daarachter: een lijst van de 261 stellen die elkaar in Kamp Westerbork het ja-woord gaven.

Zo werd het boek veel meer dan het levensverhaal van Annie en Hans. Het is een prachtig geschreven en indrukwekkend gedocumenteerde ode aan al die bruidsparen die zich in kamp Westerbork met elkaar verbonden.

De publicatie is door Studio Suze Swarte prachtig vormgegeven. Tot de Dood ons scheidt is te koop in de boekwinkel van het museum van Kamp Westerbork of te bestellen via de website van Saskia Aukema.

De bruid met de anjers in het haar is Rosalie Norden. Op 22 oktober 1943 trouwt ze met Majer (Max) Wieselmann. Max overleeft de oorlog niet. Rosalie overlijdt op 86-jarige leeftijd in 2002.

Op de groepsfoto zien we Henriëtte (Jetty) Gobitz en David Blom. Ze trouwen op 24 augustus 1942. Jetty wordt in Auschwitz vermoord. David wordt nog voor Auschwitz, bij het plaatsje Kosel, uit de trein gehaald en bezwijkt aan het begin van 1944. Hij is dan twintig jaar.