De takken wiegen in verschillende richtingen – over ‘Familiearchief’ van Boris Chersonski

Vandaag wil ik lezen over Oekraïne en ik twijfel wat ik van de plank zal pakken. Misschien Esther van Katja Petrowskaja of Ze kwam uit Marioepol van Natascha Wodin of misschien dat hele kleine fijne dichtbundeltje Drohobycz van Serhij Żadan? Maar behalve het bundeltje van Żadan heb ik geen ‘echte’ Oekraïense literatuur. Al mijn boeken die met Oekraïne te maken hebben, zijn in een andere taal geschreven, vanuit een andere taal vertaald.

Ik kies voor Familiearchief van Boris Chersonski. Ik had nog nooit van deze Joods-Russische dichter gehoord tot ik deze cyclus van verhalende gedichten op een stapel in de ramsj zag liggen. De bundel greep me meteen bij de keel.

Boris Chersonski werd in 1950 geboren in een Joods-Russische familie in Odessa, toen nog de Sovjet-Unie, nu Oekraïne. Hij studeerde geneeskunde en specialiseerde zich in de psychiatrie en psychologie.

Chersonski schreef al op jonge leeftijd gedichten – in het Russisch – en publiceerde in de jaren tachtig in de emigrantenpers. Naast dichtbundels verschenen er ook vertalingen van Bijbelteksten van zijn hand. Pas na de val van het communisme en de onafhankelijkheid van Oekraïne kon zijn werk in Oekraïne verschijnen.

In Familiearchief trekken de vele, vele werkelijk bestaande en verzonnen familieleden van de dichter aan ons voorbij, gevat in verhalende gedichten die namen van steden en jaartallen dragen. De levens van Stalína, die ook wel Stala, Tala, Svetlana werd genoemd, de levens van de twee Rajas, de levens van de Lermans (‘herkenbaar aan hun uitstaande oren’) spelen zich af in steden als Odessa, Lvov, Sekourjany en Tasjkent, maar ook in Brooklyn en Jeruzalem. De kern van de verhalen ligt in het huidige Oekraïne. Daar schrijft Raja een brief aan zichzelf in het ‘ronde en duidelijke handschrift van Samoeïl Marsjak’, daar weten Jakov en Brana ‘oude dingen te bewaren’, daar wordt een oude Joodse begraafplaats bezocht waar ‘de takken wiegen in verschillende richtingen’.

Wat al die personages gemeenschappelijk hebben, is dat hun levens zich afspelen in die verpletterende geschiedenis van hun land: de twee wereldoorlogen, de Russische revolutie, de Stalinterreur, de Holocaust. Maar het zijn niet alleen die geschiedenissen, die verhalen, die me aangrijpen. Het is vooral de rustige toon van de gedichten, de poëtische cadans, die in schril contrast staat met het lot van de personages die door Chersonski worden opgevoerd.

Familiearchief bestaat niet alleen uit de ongelofelijke verhalen van al die familieleden, die soms in verschillende gedaantes in verschillende gedichten terugkeren (en waar je soms naar moet zoeken, want dan weer hebben ze hun naam veranderd, dan weer hebben ze juist dezelfde naam). Ook dromen, uitspraken van rabbijnen, jeugdherinneringen, en gebeden hebben in Familiearchief een plaats gekregen. En er zijn gedichten waarin de enkele overgeleverd voorwerpen of familiefoto’s worden beschreven, zoals in:

Op de foto’s uit die tijd
staan ze alleen of met twee,
in verschillende combinaties,
maar geen enkele keer allemaal samen.
Het interieur is altijd hetzelfde: een oude zetel
bij een triplex bureau
tegen de achtergrond van een overgordijn,
geborduurd met een Bulgaarse kruissteek
van voor de oorlog.

Zes gedichten in de bundel beschrijven Joodse religieuze voorwerpen, die allemaal als titel Veiling van Judaïca hebben. In Kavel 2. Menora. Brons vervlecht de dichter de zevenarmige kandelaar met een winters, sprookjesachtig, nee, spookachtig dennenbos:

Tussen de dennen staan menora’s,
op het metaal glinstert rijp.
Driewerf gezegend is degene
door wie dit monsterlijk bos gedijt,
waar kandelaars en bomen
hun takken samenvlochten,
waar paardje en slee
ten hemel stijgen,
waar zerken steken uit de sneeuw –
schilden van steen-,
waar verwelkt onder de voeten liggen
bloemen van vuur.

De mensen, de liefde, de spullen, de oorlog, de wijze en wonderlijke uitspraken van de rabbijnen, de dromen, de brieven, de geuren, het ‘eenvoudig geslepen glas dat in / een verzilverde glashouder rust’ – ik hou me deze dagen vast aan Familiearchief van Boris Chersonski.

Familiearchief van Boris Chersonski werd vertaald door het Gents Collectief van Poëzievertalers en verscheen met een inleiding van Thomas Langerak bij Uitgeverij Pegasus en Stichting Slavische Literatuur, Amsterdam 2014