Nog één keer de eksters. Afscheid van Edith Meijering

1

 

Op het moment dat je de deur naar haar atelier opende, betrad je een ander universum. Potten met penselen, tubes verf, oude tijdschriften, kunstbloemen, plastic dieren in alle soorten en maten, kandelaars waarin kaarsen brandden, ladekasten gevuld met werken op papier, zelfportretten uit alle fases van haar leven, een poppenkast voor haar nichtjes, rekken met schilderijen. Aan de muur haar werk: kleine hertjes met parelkettingen om hun nek en grote herten met kerstversiering in hun gewei, een groene hoodie zonder iemand erin, een theepot geschilderd uit bloemenschaduwen, een vrouw vermomd als konijn met een roze jack aan, een man ten voeten uit, hij zeult met twee boodschappentassen, een meer dan levensgroot vrouwenportret in zwart krijt, een leeg bed in een sprookjeslandschap, een waterverfgeschilderd onderbroekje, een bruin-witte hond, dat moet Kotty zijn, een tijger met kattenogen in zijn pels, een met bloemen overgoten aap. Een tafel waarop een mini-tentoonstelling van gedroogde bloemen, schilderijen, plastic dieren en handgesneden houten vogels, een vitrinekast met aardewerk en glazen en vreemde snuisterijen, de wijn en de glazen staan al klaar op met verf besmeurde werktafels.

Een magische wereld aan de Zutphense Kolenstraat.

2

Die wijn ging open. En dan spraken we over schilderen en de rol van het toeval, schilderen over oude reproducties heen, wijn van Neleman, schilderen met een rare hoed op, schilderen en honden, het Zutphense cultuurbeleid waardoor ze misschien haar atelier zou moeten verlaten, schilderen terwijl je naar het carillon luistert, schilderen en het Mondriaan Fonds, schrijven over schilderen, welke lippenstift het beste tegen wijndrinken kan (Chanel), schilderen en verderfelijkheid, schilderen en mannen, een campertje verbouwen om buiten te kunnen schilderen, schilderen en schoonheid, schilderen met water uit een fjord, schilderen als ademen, schilderen als heelheid, schilderen als levensgeluk.

3

Ruim een jaar gelden sjouwde ze de dood mijn huis binnen. In haar atelier was ik spontaan verliefd geworden op de Ballerina, een intens droevige balletdanseres die op één been uit het donker naar voren treedt. Met haar stap in de spotlights lijkt het wel of ze zelf licht begint te geven: haar jurk in roze en groene vegen, de franjes aan haar rok, de glitters in de verf. Edith zag mijn verliefdheid en deed me een groots aanbod: waarom nam ik het niet gewoon mee, op proef?

Ik zeulde door het huis met het enorme schilderij (2.20 x 1.40). Keuken, trappenhuis, woonkamer.

‘Ik denk dat we moeten verhuizen’, appte ik haar op 2 augustus 2020. ‘De enige plek waar het kan is de keuken. Alle keukenvet er recht op.’

‘Mmmmm’, appte Edith terug. ‘Dat denk ik ook. Naar een huis waar ruimte is voor kunst.’

Maar ruimte bleek niet het grootste probleem. Want ’s avonds, als ik het schilderij in het licht zette, gebeurde er iets merkwaardigs. Pas dan kon je zien dat Edith naast het leven, de beweging, de wanhoop, ook de dood had geschilderd.

0-3

‘Ik kan het schilderij nu niet houden’, liet ik haar weten.

Het verdriet van de danseres was te groot voor me. Misschien omdat ik in die periode zelf ook op één been probeerde te dansen. Maar toen ik het schilderij teruggaf, voelde het alsof ik de ballerina in de steek liet. En Edith ook een beetje.

‘Er is niks mis met de dood zien’, appte ze me.

‘Het zou zo mooi zijn als het op een waardevolle plek zou kunnen komen’, schreef ze me later die dag. ‘Waar misschien nog meer mensen er troost en herkenning uit halen.’ En weer later: ‘Het is een archetype … een balletdanseres moet dansen en nu doet ze het niet maar stapt verdrietig uit de donkerte.’ Ze zag het als een monument, een verbeelding van universeel verdriet.

4

In dezelfde periode schreef ik een blogje over een ander werk van Edith: Eksters. ‘Als ik eksters zie, moet ik steeds aan mijn ouders denken’, zei ze over dat schilderij. ‘Hoe ze met elkaar in gesprek zijn, en of ze mij nog iets willen vertellen. Soms kom ik in een groep eksters mijn hele familie tegen.’

Ze gaf allebei de eksters een trouwring. Achter de dunne gordijnen schilderde ze de kamer uit haar jeugd.

 

5

Nadat ik donderdag had gehoord dat Edith was overleden, bekeek ik haar website. En daar ontdekte ik een aquarel die ik nog nooit had gezien. In een sprookjesachtige entourage, door Edith geschilderd over een reproductie van een landschapsschilderij uit de 16de eeuw, zien we opnieuw die twee eksters. Ze houden de wacht bij een pasgeboren baby op een bedje van stro.

Het is het laatste zelfportret uit het indrukwekkende oeuvre van Edith Meijering.