Een voetnoot bij de aantekeningen van JPFK

Het is alweer een tijdje geleden dat ik een mail kreeg van JPFK. Ik heb grote bewondering voor JPFK, hij weet veel meer over kunst dan ik ooit te weten zal komen en hij kan er ook nog eens heel mooi over vertellen. Had ik misschien belangstelling voor de boeken over Rembrandt die hij aan het opruimen was? Dat had ik. En zo ben ik ineens de trotse bezitter van een stapel Rembrandt-literatuur waaronder de Dikke Rembrandt van Bob Haak en Rembrandt en de regels van de kunst van Jan Emmens. Maar het allerblijst ben ik met Rembrandt schilderijen 630 afbeeldingen van Abraham Bredius uit 1935.

Over Bredius’ liefde voor Rembrandt schreef ik hier al eerder. Bijzonder aan dit boek zijn de afbeeldingen, en Bredius was daar dan ook heel trots op. ‘De hoofdzaak zijn de afbeeldingen, die het woord moeten doen. Ik hoop, dat die in veler handen komen, om in wijden kring den grooten Meester beter te doen kennen; hem, zijn leven en zijn werk ons nader te brengen is het heerlijke hoofddoel van mijn leven geworden’, schrijft Bredius in de inleiding. Hoe je in die tijd 630 ‘fotografieën’ met werk van Rembrandt bij elkaar kon brengen, is me een raadsel. Maar Bredius kreeg het voor elkaar. Doel van zijn boek, dat een standaardwerk over Rembrandt zou worden, was om ‘het Oeuvre van Rembrandt, dat in de laatste jaren onrustbarend uitgebreid werd, zooveel mogelijk te zuiveren van werken, die bij nadere beschouwing van de hand van leerlingen of navolgers bleken te zijn’.

Het meisje in de schilderijlijst en De geleerde aan zijn schrijftafel, de hoofdpersonen uit mijn eigen Het meisje en de geleerde zijn in al hun glorie opgenomen – of, nou ja, volgens de mogelijkheden van die tijd. In mottig zwart-wit zijn ze afgebeeld, de Geleerde als nummer 219, het Meisje als nummer 359. De werken bevinden zich in ‘Weenen, Graf Lanckoronski’, vermeldt Bredius.

In zijn kleine, precieze handschrift, heeft JPFK bijna iedere afbeelding van aantekeningen voorzien. Hier een knipsel toegevoegd, daar een vergelijking gemaakt. Hier een nieuwe toeschrijving, daar een nieuwe verblijfplaats.

‘Vroeger’, heeft JPFK met potlood bij het Meisje geschreven. En bij de Geleerde: ‘verdwenen’.

Eigenlijk is mijn boek niet meer dan een voetnoot bij de aantekeningen van JPFK in het Rembrandtboek van Bredius.