Ruïnes zijn overal om ons heen

‘Ruïnes zijn overal om ons heen, zolang je ze wilt zien, natuurlijk’, zo begint het bijzondere boek Caspar David Friedrichstraße van Cécile Wajsbrot. Ruïnes zijn overal om ons heen en ze zijn er vooral ook in het oeuvre van Caspar David Friedrich, de opperschilder uit de Duitse Romantiek. Wajsbrot schrijft haar boek als een toespraak waarmee een nieuwe straat in Berlijn wordt geopend, de Caspar David Friedrichstraße, een gloednieuwe straat waar nog nooit iets is gebeurd. Maar wat betekent de aanleg van een nieuwe straat voor de omgang met het verleden?

Dat verleden, dat zijn niet alleen de ruïnes van Berlijn, het zijn niet alleen de verschrikkelijke gebeurtenissen waar de stad en haar mensen getuigen van zijn geweest, het zijn ook de negen schilderijen van Caspar David Friedrich waaromheen dit boek is opgebouwd.

De harde sneeuw in een schilderij van Friedrich is dezelfde sneeuw als honderd jaar later aan het Oostfront, een boom in een schilderij van Friedrich is met onzichtbare draden verbonden aan de eeuwenoude bomen in het Tiergartenpark die door de bombardementen werden geveld, de kou bij Friedrich is de kou van de inwoners van Berlijn die zich probeerden te warmen aan het vuur van de allerlaatste bomen in datzelfde Tiergartenpark, mensen die zich niet bekommerden om de kou die de gedeporteerden te verduren hadden, geen gedachten verspilden aan de mensen die geen park hadden om de laatste bomen te kappen.

De ruïnes en de sneeuw en de bomen in het oeuvre van Caspar David Friedrich, die kon leven omdat zijn broertje hem van de verdrinkingsdood redde, waarbij het broertje zelf verdronk, Friedrich die leefde van 1774 tot 1840, ‘twee jaartallen die losstaan van al die verschrikkingen’ en die niets met het nu te maken hebben. Maar is dat echt zo? Kun je uitsluitend in het heden leven? ‘Waar zijn we dan wel, op welke plaats in de ruimte en de tijd, dat is de vraag van de eikenboom in de sneeuw, dat is de vraag die Berlijn stelt aan zijn voorbijgangers en aan ons als inwoners.’

Berlijn is de glazen wolkenkrabbers, Berlijn is de muur, Berlijn is ook het kerkhof vlakbij die muur, het kerkhof in een schilderij van Friedrich, het kerkhof waar je je gedroomde geliefde kunt ontmoeten, het kerkhof waar je de planten water kunt geven en de graven kunt schoonmaken, alsof je het verdriet komt stelen van de mensen die hier komen om hun doden te herdenken, maar je eigen verdriet is toch ook echt, ook al is het niet hetzelfde verdriet, zegt Wajsbrot.

En zo meandert dit boek door, een toespraak die een roman is en tegelijkertijd een kunstbeschouwing en een essay, een zoektocht waarin Wajsbrot zegt dat we allen Orpheus zijn en weten dat Eurydice nooit zal terugkeren, en toch blijven we maar afdalen naar de hel en proberen we tevergeefs weer bij het licht te komen, want hoe kunnen we ons eigen heden leven als het verleden van de ander er altijd is? En waar is ons heden? Wat doen we ermee? Kan een nieuwe straat, de Caspar David Friedrichstraße, waar geen bewoner heeft gezien hoe zijn buren zijn meegenomen door de Gestapo, waar geen bewoner heeft gezien hoe een huis met gastarbeiders in brand is gestoken, kan deze straat wel het begin zijn van een nieuw hoofdstuk? Zijn we wel in staat te ontvangen wat ons wordt aangereikt?

Cécile Wajsbrot, Caspar David Friedrichstraße (vertaling Eva Wissenburg), Uitgeverij Vleugels, ISBN 978 90 78627 77 7
Afbeelding: Caspar David Friedrich (1774-1840), Abtei im Eichwald, olieverf op doek, 110.4 x 171 cm, Schloss Charlottenburg, Berlijn