Eerste indruk

280px-Van_Eyck_-_Arnolfini_Portrait-165x225Waarom werd je eigenlijk kunsthistoricus? Voor mijn column ter gelegenheid van de 75e verjaardag van de Vereniging van Nederlandse Kunsthistorici stelde ik deze vraag aan een aantal vakgenoten. Dat leverde, heel kort door de bocht, het volgende op: “de Arnolfini’s die ik als kind zag in de National Gallery – ik zal die ervaring nooit vergeten”, “Giotto in Italië – ik besloot mijn studie econometrie aan de wilgen te hangen”, “Rembrandt, meteen Rembrandt, en dat is altijd zo gebleven”.

In hoeverre bepaalde die eerste indruk onze verdere weg in de kunstgeschiedenis? Bleven de Arnolfini’s, de Giotto’s of de Rembrandts onze pars pro toto voor het schone, het ware en het goede? Of waren het ervaringen die weliswaar een kolossale indruk maakten, maar die ons brein, of, zo je wilt, ons hart, openden voor de schoonheid en lelijkheid van het vele dat we in ons leven nog te zien zouden krijgen?

Het mooiste van ons vak is denk ik, dat dàt nu juist zo onvoorspelbaar is. Die Arnolfini’s of die Giotto’s hebben ooit een kern in ons aangeboord die ons op de gekste momenten ontvankelijk maakt voor de gekste dingen. En we blijven er naar zoeken, naar een herhaling van die eerste ervaring. Daarom lopen we musea in en uit, leggen we plaatjesverzamelingen aan, stouwen we onze huizen vol met boeken. Gedreven als we zijn, willen we niets liever dan die onvergetelijke ervaring delen met de ander.

Lees mijn hele VNK-column hier.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s