Nogmaals: de scharrelaarsvleugel

Verschoor - Draad en de vliegende naald.jpg

De draad en de vliegende naald is uit. Gisteren, op de dag van de boekpresentatie, lag de etalage bij de Zutphense boekhandel Van Someren en Ten Bosch vol met scharrelaarsvleugels. Ondertussen kwam er een mooie mail binnen van ontwerper Herman van Bostelen, waarin hij schreef: ‘Het was me een genoegen de vleugel te kunnen gebruiken voor dit omslag. Ik hou van beeld dat door zijn kwaliteit of door zijn oorsprong in een nieuwe context een betekenis krijgt die het werk waarvoor het wordt gebruikt, op een associatieve manier verbindt aan andere betekenissen van het beeld. Door Dürer te citeren in plaats van het schilderij als illustratie te gebruiken, wordt dit gegeven naar mijn gevoel versterkt, maar misschien zijn dat slechts hersenspinsels.’

Zoekend naar de Scharrelaar  – als kind keek ik naar vogels – vond ik in het archief van De Gids een boekbespreking van ‘Dürer in de Nederlanden’ door Johan Huizinga, geschreven in 1920. Ik heb niet de hele tekst gelezen, maar was getroffen door de volgende zin:  ‘Bladerend in Dürer’s teekenwerk mogen zij, die de natuur achter zich hebben, zich afvragen, of zij hun leven lang zulk een diepzinnig kunstwerk zullen scheppen als “das grosse Rasenstück, das kleine Rasenstück”, twee graszoden vlak voor het oog gezien, de akelei, de vleugel van den dooden scharrelaar, alles volstrekte natuurafbeeldingen zonder eenig streven naar uitdrukking eener idee.’ Naar aanleiding hiervan dacht ik dat Dürer, juist in dit werk, veel gemeen heeft met een aantal kunstenaars van dit moment. Voorbij het idee, met een overweldigende aandacht voor het precies vastleggen van dat wat waar de meesten aan voorbij lopen. Die nauwkeurigheid zou, in de beste zin en in weerwil van wat Huizinga zegt, als abstractie kunnen worden opgevat, zeker in deze tijd. Ook moest ik denken aan A.L. Snijders, die twee weken geleden in De Avonden over gras sprak. Hij zei over Elsschot: ‘het is de toon van de man’ en refereerde aan de laatste zin uit de eerste alinea van Villa des Roses:  ‘Alleen het gras had het onder die omstandigheden weten uit te houden, het gras dat weliger tiert naargelang men er minder naar omkijkt en dat een vriend is van vergeten stenen en bouwvallen in wording’. Het zijn de kleine dingen, kortom, die zichzelf en daarmee de wereld zijn.’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s