Wat verzonnen is, bestaat al

Schermafbeelding 2016-06-25 om 11.11.10

Op 5 maart 2010 leverde ik de eerste versie van mijn debuutroman in, die toen nog De vinger van God heette. Ik was in Krakau, net als K. die zojuist vanuit hetzelfde internetcafé zijn nieuwste vertaling naar zijn uitgever had gemaild. Om het te vieren gingen we champagne drinken bij Alchemia. Daar schonken ze geen champagne, we namen koffie.

‘Nu ben je een schrijver’, zei K. ‘Misschien ben je een afgewezen schrijver, een nooit gepubliceerde schrijver, een mislukte schrijver, maar je bent een schrijver.’ We hieven onze denkbeeldige champagnes. Even later liepen we op straat, K. naar zijn huis om aan een nieuwe vertaling te beginnen, ik naar het mijne om een lekker potje te janken. Op de Miodowastraat kwamen we haar tegen. Ze was klein, had nauwelijks haar, en ging gebukt onder het gewicht van haar boodschappentassen. Toen ze ons zag, zette ze haar tassen op het trottoir.

‘Mevrouw’, zei ze, ‘krijgt u een baby?’ Misschien zag ze mijn verwarring en ze herhaalde: ‘Of u een kind krijgt, vraag ik u. Of heeft u al kinderen?’

Ik schudde mijn hoofd. ‘Nee, zei ik, ‘ik heb geen kinderen, en ik krijg ze ook niet.’ Ze keek me aan. Ze moest een jaar of zestig zijn, al was dat moeilijk in te schatten. Haar gezicht was kapot, misschien van de alcohol.

‘Ik wel hoor’, zei ze. ‘Het is alleen nooit geboren. Omdat ik het geen naam kon geven. Wilt u het zien? U mag wel even door mijn navel kijken?’

De zinnen die ze uitsprak had ik nog geen uur eerder naar Amsterdam gemaild. In een dialoog van Julia met haar buurvrouw, hoofdstuk 2, De vinger van God.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s