Een huis met vele vensters: over de biografie van Etty Hillesum


In de jaren tachtig behoorde ik tot de generatie die het dagboek van Etty Hillesum verslond. Ik volgde zelfs een jaar lang een studiekring die aan het dagboek was gewijd en in de vele jaren erna pakte ik het nog regelmatig uit de kast. Later schafte ik De nagelaten geschriften aan, dat niet alleen een uitgebreidere versie van het dagboek bevatte, maar ook vele brieven. In verschillende levensfases kon ik me met verschillende ‘Etty’s’ identificeren: haar liefdesgeschiedenissen, haar liefde voor de literatuur, haar zoektocht naar God, haar plek in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Ik herlas haar werk opnieuw toen ik directeur werd van Herinneringscentrum Kamp Westerbork en alweer kregen de teksten een hele betekenis. De brieven van Etty Hillesum uit kamp Westerbork behoren tot de meest aangrijpende ooggetuigenverslagen uit de ‘Westerbork-literatuur’.

Lees verder “Een huis met vele vensters: over de biografie van Etty Hillesum”

Collage coming out


Roman, een van de personages uit mijn eerste roman De draad en de vliegende naald, verzamelt woorden die hij knipt uit kranten, melkpakken, plastic flessen. Hij scheurt bladzijden uit boeken ‘zodat de letters een nieuw leven konden beginnen.’ Ik heb me altijd afgevraagd: wat zou hij verder met die woorden doen? Wat zou dat nieuwe leven kunnen zijn?

Toen ik een jaar of twee geleden een tijdje niet kon lezen – een beangstigende ervaring – moest ik steeds aan Roman denken. Hij had een briljante manier gevonden om zich woorden toe te eigenen. Uit woede over het niet-kunnen lezen begon ik net als hij woorden te verzamelen: honderden woorden, duizenden. Ik knip uit alles: tijdschriften en reclamefolders, catalogi en psalmboeken, de scheurkalender van mijn stiefdochter. Al die woorden bewaarde ik in een groene archiefdoos. Aparte sigarenkistjes vulden zich met ‘dieren’, ‘kleuren’, ‘eten’, ‘lievelingswoorden’. Simultaan begon ik ook plaatjes uit te knippen.

Lees verder “Collage coming out”

Het lied van ooievaar en dromedaris


Eliza May Drayden is de schrijfster van een uitzonderlijke, tijdens haar leven verguisde roman en van een geheimzinnig aantekenboekje. Bovendien is ze al dood als Het lied van ooievaar en dromedaris begint – de roman die aan haar raadselachtige leven gewijd is. We maken kennis met Eliza May via de vrouw die haar aflegt, Susan Knowles, en dat gebeurt op 12 december 1847. Maar Eliza May is geen gewone dode. Haar dode ogen laten zich niet sluiten, bij het wassen rijzen de blonde haartjes op haar onderarm ‘als de nekharen van een wolf omhoog’, en bij de begrafenis hoort Susan haar bonken in de kist.

Lees verder “Het lied van ooievaar en dromedaris”

Het zijn steeds de anderen die sterven – over ‘Hierheen naar het gas, dames en heren’ van Tadeusz Borowski



De ironische verhalen van Tadeusz Borowski – deels nu voor het eerst vertaald – behoren tot de meest indrukwekkende van de Holocaustliteratuur.

Lees je Tadeusz Borowski’s beschrijving van zijn omgeving dan lijkt het het begin van een pastorale dag ergens in Midden-Europa. ‘De schaduw van de kastanjebomen is groen en zacht. Ze wiegt zachtjes over de nog vochtige, want net gedolven aarde, en torent boven ons uit als een zeegroene, naar ochtenddauw geurende koepel. De bomen vormen een hoge haag langs de weg, hun toppen gaan op in de kleuren van de hemel. Er komt een bedwelmende moerasgeur van de vijvers. Het gras, groen als pluche, glinstert nog van de dauw, maar de aarde ligt al te dampen in de zon. Het gaat heet worden.”

Maar schijn bedriegt. Opnieuw zal het een dag vol verschrikkingen zijn in Harmenze, een satellietkamp van Auschwitz. Opnieuw zal het een dag zijn waarop je alleen kans hebt op overleven als je de mogelijkheid hebt om te ‘organiseren’, de ongeschreven kampregels navolgt, en het ‘Auschwitz’ beheerst. Opnieuw is het een dag uit het leven van Tadek, het alter ego van Tadeusz Borowski, wiens verhalen behoren tot het meest indrukwekkende uit de Holocaustliteratuur. De bundel Hierheen naar het gas, dames en heren, dat een groot deel van Borowski’s verzamelde verhalen en gedichten bevat, verscheen in een nieuwe vertaling van Karol Lesman en Charlotte Pothuizen. Lees hier de hele bespreking die verscheen in de zaterdagbijlage van Trouw, 11 juni 2022.

Tot de dood ons scheidt: de huwelijken van Kamp Westerbork

Als je het boek openslaat, zie je een foto van lichtvlekken waarin minuscule vliegjes zweven. Dan volgen een paar sprookjesachtige opnames van met lupines bestrooide landschappen. Zo, met de lichtvoetigheid en de zoetheid van een bruidssuiker, begint het boek Tot de dood ons scheidt – de huwelijken van Kamp Westerbork van fotograaf en tekstschrijver Saskia Aukema.

In de schijnwereld die Kamp Westerbork was, werd er gemusiceerd en gesport op niveau, gingen kinderen naar school en werden zieken genezen. En er werd getrouwd: uit liefde, uit angst, om samen op transport te mogen of juist in de hoop helemaal niet op transport te worden gesteld. Een van de bruiden was Annie Preger, de oudtante van Saskia Aukema. Haar huwelijksverhaal wordt door Aukema verteld op dun papier, ingeklemd tussen twee verkreukelde foto’s waarvan verpleegster Annie en haar verloofde Hans van Witsen ons met glanzende ogen aankijken. Een uit de trein geworpen briefje is de volgende foto: 22.1.43 Zijn op transport naar W. Houden ons goed en moedig. Tot ziens. Hans.

Lees verder “Tot de dood ons scheidt: de huwelijken van Kamp Westerbork”

Iedereen slaapt, behalve de koe

Wat een glorieuze dag vandaag, op naar het Kröller Müller Museum om de tentoonstelling Mooi oud. Drie eeuwen tekeningen uit de Kröller Müllercollectie te bekijken. Dat was een fijn weerzien met oude meesters, al werden vele tekeningen voor het eerst getoond. Naast al het moois ook deze tekening van een lome zomermiddag waarop iedereen slaapt, behalve de koe, het was een beetje zoals ik me voelde vandaag, de zon die opeens een hele dag over je heen plenst na die lange grijze winter.

Lees verder “Iedereen slaapt, behalve de koe”

De takken wiegen in verschillende richtingen – over ‘Familiearchief’ van Boris Chersonski

Vandaag wil ik lezen over Oekraïne en ik twijfel wat ik van de plank zal pakken. Misschien Esther van Katja Petrowskaja of Ze kwam uit Marioepol van Natascha Wodin of misschien dat hele kleine fijne dichtbundeltje Drohobycz van Serhij Żadan? Maar behalve het bundeltje van Żadan heb ik geen ‘echte’ Oekraïense literatuur. Al mijn boeken die met Oekraïne te maken hebben, zijn in een andere taal geschreven, vanuit een andere taal vertaald.

Ik kies voor Familiearchief van Boris Chersonski. Ik had nog nooit van deze Joods-Russische dichter gehoord tot ik deze cyclus van verhalende gedichten op een stapel in de ramsj zag liggen. De bundel greep me meteen bij de keel.

Lees verder “De takken wiegen in verschillende richtingen – over ‘Familiearchief’ van Boris Chersonski”

Opgedolven woorden. Over ‘In een schaduw van een nachtvlinder’ en de poëtica van Ivar Schute

Op mijn werkkamer van het Herinneringscentrum bij Kamp Westerbork heb ik twee foto’s opgehangen. Het zijn twee sterk vergrote opnames van een parfumflesje en een broche van een hondje, die door fotograaf Sake Elzinga bijna etherisch tegen een zwarte achtergrond zijn weergeven. De uitvergrotingen werken zo vervreemdend dat de foto’s autonome kunstwerken zijn geworden. Maar hun schoonheid bedriegt. In 2011 werden het flesje en de broche samen met nog talloze andere voorwerpen tijdens opgravingen door archeoloog Ivar Schute en zijn team opgediept uit de bodem van het voormalige kampterrein.

Lees verder “Opgedolven woorden. Over ‘In een schaduw van een nachtvlinder’ en de poëtica van Ivar Schute”